Tuesday, 4 August 2015

Ludwig van Beethoven's grootvader, Lodewijk, was afkomstig uit Mechelen en een getalenteerd musicus.

Ludwig van Beethoven's grootvader, Lodewijk,is geboren in Mechelen, was koorknaap in Sint Rombauts, en week rond zijn twintigste uit naar Bonn, om als baszanger te werken aan het hof van de aartsbisschop en keurvorst van Bonn. Hij bracht het tot kapelmeester. Zijn enige overlevende zoon Johann, huwde Maria Keverich en ze hadden drie jongens: Ludwig, Johann en Karl. Ludwig, week op zijn beurt uit omwille van zijn muzikale carrière, naar Wenen.

Sunday, 2 August 2015

Liszt en Chopin, concerteerden samen, in open lucht, in Nohant, op het landgoed van George Sand in Frankrijk.

Zowel Franz Liszt als Frederic Chopin werkten en leefden een aanzienlijke periode in Parijs, en deze klavierleeuwen kenden en apprecieerden elkaars werk. Aurore Dudevant, een franse schrijfster bekend onder het pseudoniem George Sand, had een buitengoed in Nohant, waar Chopin 's zomers verbleef en componeerde, afwisselend met de winters te Parijs. Liszt was regelmatig te gast op het buitenverblijf. Elk aan een vleugel zittend, improviseerden Chopin en Liszt op motieven uit opera's. Op een mooie juni-avond, kwam iemand op het idee om het klavier buiten op te stellen op het grasplein achter het kasteel, en daar te concerteren, in dialoog met de natuur. Chopin leefde een tijd met George Sand (Aurore Dudevant) op Majorca, maar dat was geen success. Een ongezond vochtig huis leverde Chopin een bronchitis op, en genoodzaakte hen te verhuizen. Chopin zou nooit recupereren van een longziekte en uiteindelijk bewijken op zijn 39ste aan tuberculose. In tegenstelling tot andere romantici zoals Robert Schumann en Franz Liszt stond Chopin afwijzend tegenover duidelijke literaire of biografische verwijzingen in zijn werk. Toch leefde Chopin in een tijd waarin nationalistische gevoelens hoogtij vierden. In het geval van de Polen werd dit gevoel nog versterkt door de bezetting van hun land door Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Dat Chopins geboorteland Polen was, is duidelijk hoorbaar in veel van zijn composities. Zijn vriendin en levenspartner George Sand vertelde over hem dat hij meer Pools was dan de Polen zelf: Het hart van zijn volk slaat in zijn borstkas. Ik ken geen andere musicus die een groter patriot is dan Chopin. Hij is meer Pools dan elke Fransman ooit Frans is geweest, elke Italiaan Italiaans en elke Duitser Duits. Hij is een Pool en niets anders dan een Pool, en uit het vernietigde, bezette Polen komt zijn ziel tevoorschijn, en zijn muziek.

Frederic Chopin, Clara Wieck en de Mazurka.

Frederic Chopin was bekend met de Schumanns. Clara Wieck, was de dochter van de pianist en muziekpedagoog Friedrich Wieck, en gehuwd met een leerling van hem, Robert Schumann. Clara componeert o.a. een Mazurka Op. 6 n° 3. Vermoedelijk via de invloed van Chopin, en diens Poolse nationale muziekioom. De Mazuren zijn het grootste gedeelte van de plattelandsbevolking en een muzikaal volk. Chopin kwam tijdens zijn vakantie met zijn ouders bij vrienden in contact met het ritme van de volksmuziek van de Mazuren. Chopin's muziek is trouwens doordrongen van de poolse nationale muziek. Zo ook de Krakoviak en de Polonaise, en de typische droefgeestigheid en dromerigheid van de poolse gemoedsgesteldheid, die men trouwens ook bij russische en slavische volkeren in het algemeen aantreft. Met een woord wordt dit aangeduid met ZJAL. Chopin's Variaties op een thema van Don Juan (La ci darem la mano) worden te Wenen uitgegeven door Robert Schumann, met een befaamd geworden kritiek: 'Hoed af mijne Heren, een genie!' Alvorens zich te Parijs te gaan vestigen, verbleef Chopin in Wenen, misschien wel het belangrijkste centrum voor de ontwikkeling van de westerse muziek, waar ook Beethoven, Mozart, Schumann, Mendelssohn, Brahms, enzovoort hun bijdrage leverden of hadden geleverd. In de zomer van 1835 verliet Chopin Parijs voor enige tijd voor een vakantie in het boheemse Karlsbad. Onderweg deed hij Dresden en Leipzig aan, waar hij zich gelukkig kon prijzen om voor de vader van Clara Wieck en Felix Mendelssohn te mogen piano spelen en uiteraard met deze interessante mensen, vooral ook met Schumann, kennis te kunnen maken. Het is dus niet zo vreemd dat Chopin ook 24 preludes componeert, één in elke toonaard. Aangezien zowel ook Schumann, als MEndelssohn dweepten met Bach.

Thursday, 30 July 2015

Franz Liszt en Carl Czerny.

De beroemde pianovirtuoos, componist en dirigent Franz Liszt (1811 - 1886 = 75 jaar) kreeg pianoles van Carl Czerny, welbekend door menig pianostudent om zijn études de vélocité, om de pianotechniek te verbeteren. Liszt werd geboren in Hongarije als zoon van een funktionaris in dienst van prins Nikolaus Esterhazy. Honderd jaar eerder was Franz-Joseph Haydn (papa Haydn, zoals Mozart hem heette) dirigent en componist aan het hof van Esterhazy. Liszt woonde en werkte als pianovirtuoos van zijn 11de tot zijn 37ste (1848) veelal in Parijs, van 48 tot 61 was hij hofdirigent in Weimar (kennen we Weimar niet van Bach?) Ook Chopin leefde en werkte in Parijs. Liszt dirigeerde in 1850 Lohengrin van Wagner, waarmee hij nieuwe muziek stimuleerde. Czerny (1791 - 1857) had piano gestudeerd bij Beethoven en was daarna in Wenen succesvol pianodocent.

Friday, 24 July 2015

Bach bestuderen werd aangeraden door Robert Schumann.

Robert Schumann, bestudeerde de muziek van J.S. Bach, en raadde ieder componist aan dat ook te doen. Mendelssohn richgte het Bach gesellschaft op.

Het machtige hoopje (Balakirev, Borodin, Cui, Moessorgski, Rimski-Korsakov) en Tsjaikovski.

Rusland ten tijde van Tsjaikovski kende een groep componisten die het machtig hoopje werd genoemd. Tsjaikovski die meer de duitse muzikale school aanhing Brahms, Schumann, Schubert, Mendelssohn, Chopin, zeg maar, hoorde niet bij dit machtige hoopje. Het Machtige Hoopje (Russisch: Могучая Кучка, Mogoetsjaja koetsjka) ook wel De Vijf (of ook Groep van vijf) was een rond 1870 gevormd gezelschap van vijf belangrijke Russische componisten van die tijd: Mili Balakirev (1837-1910), initiatiefnemer Alexander Borodin (1833-1887) César Cui (1835-1918) Modest Moessorgski (1839-1881) Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) Het gezelschap zette zich in voor nationalistische muziek. Behalve Balakirev, die nog enig muzikaal onderricht genoten had, had geen van deze componisten een muzikale achtergrond; Cui, Moessorgski en Rimski-Korsakov waren militairen en Borodin was chemicus. Ze begonnen uiteindelijk met zelfonderricht; dit hield in dat 'we al het werk van de grote componisten doorspeelden en elk werk in technisch en creatief opzicht volledig aan onze kritiek en analyse onderwierpen.' (C.A. Cui, Izbrannje stat'i). In hun werk richtten de componisten zich met name op de Russische volksmuziek, die aantrekkelijk was door de toegankelijkheid (het gezelschap bezat weinig muzikale kennis) en door het feit dat het uitstekend aansloot bij het nationalistische denken. Vooral Balakirev verwerkte veel melodieën van volkswijsjes in zijn werk. De eigenaardige benaming van de groep ontstond als volgt: in 1867 vond een concert plaats onder leiding van Balakirev, dat door de criticus Vladimir Stassov werd gerecenseerd met de woorden: "God geve, dat onze Slavische gasten dit concert nooit vergeten. God geve, dat zij voor altijd in hun herinnering bewaren, over hoeveel poëzie, gevoel, talent en vakmanschap het kleine, doch machtige hoopje der Russische componisten beschikt. De naam Het Machtige Hoopje is dus afkomstig van de muziekrecensent Stassov.

Wednesday, 15 July 2015

Glinka, Field en Chopin.

De vader van de russische school is Michail Glinka. In volgde hij vioolles en muziektheorie in Sint-Petersburg. John Field,(1782 - 1817) de ierse componist en pianist die zich in 1803 in Sint-Petersburg had gevestigd, was zijn pianoleraar. Het was Muzzio Clementi, pianoleraar en pianobouwer, die John Field naar Rusland bracht, met een concerttoernee in 1802, en hem in Sint-Petersburg aan een betrekking hielp. Field is de uitvinder van de nocturnes. Zijn eerste nocturne verscheen in 1814. Chopin (1810-1849 dus slechts 39 jaar! geworden) heeft ze meer glans en body gegeven. Van 1830 tot 1833 was Glinka in Italië, waar hij in Milaan bij de zanger en componist Basili studeerde. Daarna ging hij naar Wenen en vervolgens naar Berlijn, waar hij les kreeg van Siegfried Dehn van wie hij het advies kreeg om muziek te schrijven met een Russische grondslag.